Onderstaande voorbeelden zijn gebaseerd op 210 vakantie-uren op fulltime basis (= 36 uur).
A+(E)
----- x B x C% = D
12
Waarbij:
A= aantal uren fulltime dienstverband
B= aantal maanden van dat jaar in dienst
C= procenten dienstverband
D= recht aantal vakantieuren, afgerond naar boven
E= aantal seniorenuren
12= aantal maanden van een jaar
Voorbeeld 1:
Iemand werkt 36 uur, is het hele jaar in dienst en heeft geen recht op seniorenuren:
210
----- x 12 x 100% = 210 op jaarbasis
12
Voorbeeld 2:
Iemand werkt 24 uur, is het hele jaar in dienst en heeft geen recht op seniorenuren:
210
----- x 12 x 66,67%% = 140 op jaarbasis
12
Voorbeeld 3:
Iemand werkt 24 uur, is sinds april in dienst en heeft geen recht op seniorenuren:
210
----- x 9 x 66,67% = 105 uur op jaarbasis (over dat lopende jaar, het jaar daarna is volledig)
12
Voorbeeld 4:
Iemand werkt van januari tot juni 36 uur en vanaf 1 juni gaat ze 32 uur werken. Is het hele jaar in dienst en heeft geen recht op seniorenuren:
210
----- x 5 x 100% = 87.5
12
+
210
----- x 7 x 88,88% = 108.89 (van januari t/m mei) + 87.5 = 196.39 = 197 uur op jaarbasis
12
Voorbeeld 5:
Iemand kiest ervoor om gebruik te maken van het verlofbudget (kijk voor CAO voor uitleg) en heeft in totaal recht op 144 vakantieuren. Hij werkt 32 uur:
144
----- x 12 x 88,89%= 128 uur op jaarbasis
12