In wetenschappelijke studies wordt niet altijd een verband gevonden tussen de blootstelling aan een bepaalde luchtverontreinigende component en een gezondheidseffect, maar blijkt er wel een verband te bestaan tussen het wonen langs drukke wegen en gezondheidseffecten.
Effecten op morbiditeit
Na het uitvoeren van meerdere epidemiologische onderzoeken in Nederland is voldoende bewezen dat bij kinderen die dichtbij drukke wegen wonen luchtwegklachten toenemen (Brunekreef, 2005).
Kinderen wonend in wijken dicht bij de snelweg hebben een lagere longfunctie (en meer chronische luchtwegklachten) naarmate er meer vrachtverkeer over de snelweg gaat. Het verband tussen de intensiteit van het vrachtverkeer en de longfunctie is sterker voor kinderen die minder dan 300 meter van de snelweg wonen. Kinderen die minder dan 100 meter van de snelweg wonen hebben meer chronische luchtwegklachten dan kinderen die verder van de snelweg wonen (Van Vliet et al., 1997; Brunekreef et al., 1997b; de Hartog, 1997).
Een andere studie toonde aan dat bij kinderen op scholen nabij snelwegen met veel vrachtverkeer vaker luchtwegklachten en allergie voorkomen dan bij kinderen op scholen verder (meer dan 400 meter) van de snelweg (Janssen et al., 2003).
Effecten op mortaliteit
Er bestaat beperkte evidentie dat het wonen dichtbij drukke wegen leidt tot verhoogde sterfte aan een longziekte of hart- en vaatziekte (Brunekreef, 2005).
Zowel een Canadese als een Nederlandse studie toont een verband aan tussen het overlijden als gevolg van een long- of hartziekte en het wonen dichtbij een drukke verkeersweg. Voor mensen die op minder dan 100 meter van de snelweg of minder dan 50 meter van een drukke stadsweg woonden is de kans op sterfte door hart- en vaatziekten en longaandoeningen ongeveer twee keer zo hoog (Hoek et al., 2002). In Canada is voor personen die zo dicht bij een drukke weg wonen ook een verhoogd risico op sterfte aangetoond (Finkelstein et al., 2004). Een Engelse studie vindt een verband tussen wonen nabij een drukke weg en overlijden aan een beroerte (Maheswaran en Elliott, 2003). Uit een recente Noorse cohortstudie blijkt dat langdurige blootstelling aan verkeersgerelateerde luchtverontreiniging het risico vergroot op het overlijden aan luchtwegaandoeningen, longkanker en hartziekten (Nafstad, et al., 2003; Nafstad et al, 2004).
Deze resultaten zijn in overeenstemming met eerdere cohort studies naar blootstelling aan fijn stof en sterfte aan long- of hartvaatziekten (Abbey, 1999; Dockery, 1993; Pope, 1995 en Pope, 2002).
De Gezondheidsraad heeft op 24 april 2008 een advies uitgebracht waarin onderscheid tussen 100 en 300 meter niet wordt gemaakt: het plaatsen van gevoelige bestemmingen (kinderdagverblijven, scholen, verpleeg- en verzorginshuizen, ziekenhuizen en woningen) binnen 300 meten van snelweg of 50 meter van provinciale weg , wordt afgeraden, onafhankelijk van de concentratie. Let wel; buitenschoolseopvangvoorzieningen vallen hier strikt genomen buiten (vanwege de korte verblijfsduur). De minister heeft aangegeven het advies niet over te nemen. En hiermee krijgt het geen wettelijke status.
Vanaf 15 januari 2009 geen scholen bouwen vlakbij drukke snelwegen
Gemeenten en provincies moeten per 16 januari 2009 rekening houden met grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide bij besluiten over de realisering van zogenoemde gevoelige bestemmingen, zoals scholen, kinderopvang, bejaarden-, verzorgings- en verpleeghuizen.
Voor locaties binnen 300 meter van rijkswegen of binnen 50 meter van provinciale wegen moet eerst worden onderzocht of de Europese normen voor fijn stof en stikstofdioxide worden overschreden, of dat dit dreigt te gebeuren. Dat staat in het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen), dat op 15 januari in in het Staatsblad is gepubliceerd.
Als uit het onderzoek blijkt dat sprake is van zo'n (dreigende) overschrijding, dan mag er geen school, verzorgingstehuis, et cetera worden gevestigd. Het maakt daarbij niet uit of het gaat om nieuwbouw of om functiewijziging door vestiging van een nieuwe gevoelige bestemming in een bestaand gebouw. Als op zo'n locatie al een bestaande gevoelige bestemming aanwezig is, mag die eenmalig worden uitgebreid, maar dat is wel aan beperkingen gebonden.
Achtergrond
Minister Jacqueline Cramer van Ruimte en Milieu heeft bij het opstellen van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) over het onderwerp 'gevoelige bestemmingen' diverse malen uitvoerig met de Tweede Kamer gesproken. In het NSL staat een groot aantal maatregelen om de luchtkwaliteit in Nederland aanzienlijk te verbeteren.
Door de bekendheid die al aan het besluit is gegeven, wordt er geen overgangsperiode voor lopende besluitvormingsprocedures gehanteerd. Dat betekent dat dit besluit direct, per 16 januari, effect heeft. Het heeft geen invloed op plannen waarover vóór deze datum is besloten.
Meer informatie
- Eindrapportage ventilatie en fijnstof" van april 2007
- besluit gevoelige bestemming (luchtkwaliteitseisen)
- Notitie besluit gevoelige bestemmingen
- GGD richtlijn Gezondheidsaspecten besluit luchtkwaliteit
- eigen GGD inspecteur
- Advies Gezondheidsraad van 24 april 2008
Bron:
VROM en Saskia van der Zee, GGD Amsterdam
Woning Bedijf Rotterdam ism GGD Rotterdam, Innosource DCMR. Ventilatie & fijn stof: proefopzet ventilatiesysteem met fijnstoffilter langs de A13 in Rotterdam-Overschie. Rotterdam, 2007.
Walda I. GGD richtlijn Gezondheidsaspecten besluit Luchtkwaliteit. Landelijk Centrum Medische Milieukunde, Rotterdam, 2005