groepsgedrag Met groepsgedrag wordt het fenomeen bedoeld dat mensen (kinderen) in een groep samen een (neven)cultuur vormen. Iedereen die bij een bepaalde groep hoort, houdt zich aan bepaalde (gedrags)regels. Dat zijn de normen die in een groep gelden. Iedereen draagt bijvoorbeeld dezelfde kleding of doet graag dezelfde dingen. Vaak uit zich dit ook in een manier van omgaan met elkaar. In de kinderopvang zijn de voortrekkers meestal de groepsleiding. Zij oefenen zo invloed uit op wat wel ‘cool’ is en wat niet. Soms echter kan ook een vervelende vorm van groepsgedrag ontstaan. Bijvoorbeeld als de hele groep zich tegen een van de leidsters of kinderen keert. Leidsters moeten hier zo snel mogelijk op reageren en direct tegen optreden.

 

In de opvang van 0 tot 4 jarigen kan het genoeg zijn twee kinderen niet naast elkaar te zetten aan tafel. Soms moeten verdere maatregelen worden genomen. Als in de groep een negatieve sfeer heerst, is het belangrijk de oorzaak hiervan te achterhalen. In zo’n situatie is het allereerst zaak dat de leidsters daar onderling over praten en verschillende dingen proberen om de situatie tegen te gaan.
Bij de oudere kinderen is het belangrijk de kinderen te betrekken bij het zoeken naar een oplossing. Om een oplossing te zoeken is het eerst belangrijk vast te stellen wat er precies mis is. Laat de leidsters een groepsgesprek starten. Hierin kunnen de kinderen aangeven wat zij niet leuk vinden. Soms lost een groepsgesprek niets op. Dan is het juist belangrijk individuele gesprekken te hebben met de kinderen. Een van de kinderen tot zondebok te maken, lost niets op. Het is van belang met alle kinderen te praten. Gelijke behandeling en een open blik is hierbij essentieel.

Zowel bij kleine kinderen als bij bso’ers, kan het wenselijk zijn er een leidster van een andere groep of een leidinggevende bij te halen. Zij kan dan de groep observeren tijdens een van de kritieke situaties. De frisse blik van een buitenstaander kan een nieuw licht op de situatie werpen. Het is belangrijk er in dit soort situaties voor te waken dat een van de kinderen de schuld krijgt. Vaak is het niet dit kind dat de situatie veroorzaakt, maar de wisselwerking tussen de kinderen (en de leidsters). Meestal is een kleine aanpassing in de groep genoeg om de sfeer ten goede te keren.

 

lastig gedrag

Drukke kinderen, kinderen die niet (goed) luisteren, kinderen die op een negatieve manier aandacht vragen. Vaak wordt dan gesproken over 'lastig gedrag'. Wat voor de een als 'lastig' wordt gezien, wordt door de ander niet als 'lastig' gezien. Toch zijn er kinderen die voor allen misschien als ''lastig' worden gezien. Voor de BSO is voor de omgang met deze kinderen een boek geschreven; Tis knap lastig. Hierin wordt vanuit de kinderopvang stilgestaan bij dergelijk gedrag.

Meer informatie over Tis knap lastig, klik hier.

Zie ook


Bron
www.pestweb.nl

Meer lezen
http://www.kennislink.nl/web/show?id=173858
http://www.uvt.nl/diensten/dsz/wewi/publicaties/225jansenverwaal/