Voordat je begint met een onderzoek, moet je zo concreet en specifiek mogelijk vastleggen wát je wilt weten. Wanneer de onderzoekdoelstelling is “het meten van het marktpotentieel voor dagopvang”, krijg je veel nutteloze informatie. Beter is het te specificeren. Bijvoorbeeld: “Ik wil weten hoeveel gezinnen met kinderen in xyz-leeftijd wonen in een straal van x kilometer, wat de verhuisfrequentie in dat gebied is en tot welke welstandsklassen de gezinnen behoren.”
Het is wenselijk een dergelijk onderzoek periodiek te herhalen. Met de stijgende welvaart, neemt de geografische mobiliteit toe. Mensen verhuizen sneller. In een jaar of twee kan de sociaal-economische karakteristiek van een verzorgingsgebied sterk veranderen.
Voor het verrichten van een marktonderzoek, kan een gespecialiseerd bureau worden ingeschakeld. Alle professionele bureaus zijn lid van de Beroepsorganisatie Esomar; (zie: http://directory.esomar.org/results.php?action=search). De kosten van een dergelijke opdracht zullen voor een kinderopvangondernemer veelal te hoog zijn.
Er zijn twee andere manieren om toch de informatie te verkrijgen:
- Het onderzoek zelf doen.
- Een student van een HBO of universiteit inschakelen (stageopdracht).
Zelf doen
Gemeenten beschikken over een schat aan cijfermateriaal. Ambtenaren van een gemeentelijk statistisch bureau (ook wel: afdeling Statistiek) zijn meestal graag behulpzaam zijn bij het vinden van de gegevens.
Op de website van het CBS www.cbs.nl of www.cbsinuwbuurt.nl zijn ook veel bevolkingsgegevens beschikbaar. Ze zijn weliswaar wat globaler, maar kunnen een richting aangeven. Overigens beantwoordt het CBS ook telefonisch vragen: tel 088 5707070; per e-mail: http://www.cbs.nl/nl-NL/menu/_unique/_email_forms/ems-form.htm Een andere goede informatiebron is de website van de makelaars: www.funda.nl.
Een wetenschappelijk misschien niet verantwoorde manier om een sociaal-economisch beeld te krijgen van een verzorgingsgebied is ‘observatie’. Observeer op een koopavond en een zaterdag de bezoekers van een buurtwinkelcentrum. Kijk naar kleding, naar auto’s en naar boodschappen. Let op kinderzitjes en op plakplaatjes op de ramen. Ga kijken bij een consultatiebureau. Praat met een winkelier van babyartikelen, een huisartsassistent, een apotheker en drogist. Nogmaals: wetenschappelijk zeker niet verantwoord, maar met gezond verstand kom je een heel eind.
Een andere informatiebron is het lokale dagblad en vooral de huis-aan-huisbladen. Zij geven een goed beeld van de sociaal-economische ontwikkeling in een stad of wijk. De rubriek “geboorten” is een uitstekende informatiebron voor promotieacties.
Stageopdracht
Voor veel HBO-opleidinginstellingen is het vinden van praktijkplaatsen voor studenten een probleem. Voor een tweede of derdejaars student in een goede studierichting past het opzetten en uitvoeren van een marktonderzoekopdracht goed in de studie. De meeste onderwijsinstellingen hebben een stagecoördinator. Het commerciële Studentenbureau bemiddelt bij stageopdrachten: http://www.studentenbureau.nl/pages/stageopdracht.php Zie ook klanttevredenheid in deze Databank.
Een overzicht van hogescholen: http://www.hbo-raad.nl/?id=138&t=school. Behalve de gespecialiseerde hogescholen, bijvoorbeeld voor kunst en cultuur, hebben vrijwel alle hogescholen marketingvakken.
Attitude- en klanttevredenheidsonderzoeken kunnen ook in eigen beheer worden uitgevoerd. Objectiviteit is noodzakelijk. Anders krijg je sociaal wenselijke antwoorden waar je als ondernemer niets aan hebt. Ook van het alleen opstellen van de vragenlijst kan een stageopdracht worden gemaakt. Bij dit type onderzoek is het belangrijk niet alleen de eigen relaties te ondervragen. Maar juist ook de niet-relaties.
Meer informatie over
- marktonderzoeken: http://www.leren.nl/rubriek/zakelijk/marketing/marktonderzoek/
- klanttevredenheidsonderzoek: http://www.effectory.nl/Over-Effectory/Hoe-kunnen-we-u-helpen/Gratis-checklist.aspx
Meer informatie over jouw buurt (inkomensgegevens, leeftijdsopbouw etc): www.cbsinuwbuurt.nl