home >> bedrijfsvoering >> ouders >> oudercommissie; wetten en regels 
oudercommissie; wetten en regels De basis van de medezeggenschap binnen kinderopvang zijn de artikelen 58, 59 en 60 van de Wk.
Artikel 58 bepaalt dat er voor ieder kindercentrum of gastouderbureau een oudercommissie moet zijn. Wanneer een vestiging meerdere opvangvormen aanbiedt, volsta je met één oudercommissie. Zorg er in dit geval wel voor dat de verschillende opvangvormen evenredig vertegenwoordigd worden (in aantal leden en tijdens de vergaderingen tulen).

Ondernemers met meerdere kindercentra kunnen een overkoepelende oudercommissie instellen. Dat ontslaat hen niet van de plicht per vestiging een oudercommissie in te stellen. Een oudercommissie moet binnen zes maanden na aanvang van de werkzaamheden zijn geïnstalleerd.

 

Samenstelling

In de oudercommissie mogen alleen ouders zitting hebben die kinderen in het betreffende kindercentrum hebben. In de oudercommissie van een gastouderbureau mogen alleen ouders zitting hebben van kinderen die door bemiddeling van dat bureau zijn geplaatst. Personeelsleden en andere personen mogen geen zitting hebben in de oudercommissie. Mede met het oog op afzeggingen voor vergaderingen is het verstandig de commissie voor kleinere kindercentra uit minstens vijf leden te laten bestaan. Voor grotere kindercentra is minstens zeven ouders wenselijk. Dit neemt echter niet weg dat je ook kunt starten met minder leden.

Reglement

Artikel 59 geeft dwingende richtlijnen voor het reglement. Daarin moet zijn vastgelegd:
1. het aantal leden
2. de verkiezingsprocedure van (nieuwe) leden
3. de zittingsduur
De werkwijze van een oudercommissie is niet in het reglement opgenomen. Die bepaalt de oudercommissie zelf. Een reglement mag alleen door de ondernemer worden gewijzigd met instemming van de oudercommissie. Hier een voorbeeld van een reglement van een kindercentrum.

Bevoegdheden
Artikel 60 van de Wet kinderopvang beschrijft een aantal zaken:
De oudercommissie heeft adviesrecht over een de volgende onderwerpen (artikel 60.1) 
• de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel 50 dan wel aan artikel 56;
• voedingsaangelegenheden van algemene aard en het algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid of gezondheid;
• openingstijden;
• het beleid met betrekking tot spel- en ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van de kinderen;
• de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de behandeling van klachten en het aanwijzen van personen die belast worden met de behandeling van klachten;
• wijziging van de prijs van kinderopvang.

Dit adviesrecht houdt in dat de oudercommissie om advies gevraagd moet worden in geval van veranderingen. Dit betekent niet dat de ondernemer/ vestigingsmanager dit advies moet opvolgen. Wel moet de ondernemer/ vestigingsmanager schriftelijk én gemotiveerd een gedegen reactie geven indien het advies niet wordt opgevolgd. Hij moet hierbij aangeven dat het advies strijdig is met het belang van de kinderopvang (artikel 60.2). Mocht de oudercommissie vinden dat dit niet correct is gebeurd dan kunnen zij een klacht indienen bij de klachtenkamer oudercommissie. De uitspraak van de klachtenkamer is alleen bindend als de oudercommissie en de ondernemer vooraf beiden hebben aangegeven de uitspraak als bindend te accepteren.

De ondernemer is verplicht alle informatie te verschaffen die de oudercommissie redelijkerwijs nodig heeft voor haar functioneren (art 60.4). 

In artikel 60.3 wordt gezegd dat de oudercommissie ook ongevraagd advies mag geven over de zaken genoemd in artikel 60.1. Met dit advies hóeft de ondernemer niets te doen. Natuurlijk is het voor de relationele verhoudingen raadzaam hier serieus mee om te gaan.

Werkwijze

De commissie bepaalt zelf haar werkwijze (art 58.4). Het is echter verstandig een voorstel te maken dat recht doet aan de wettelijke bevoegdheden, maar dat tevens rekening houdt met de efficiency voor de ondernemer. Met het oog op de GGD-inspectie is het wenselijk de oudercommissie minimaal viermaal per jaar bijeen te laten komen. Van de vergaderingen dient een schriftelijk verslag te worden gemaakt. Het is gebruikelijk dat een van de leden notulen maakt. Het is zaak ook de informatie-uitwisseling schriftelijk vast te leggen. De oudercommissie dient een jaarverslag te maken dat beschikbaar moet zijn voor alle ouders.

Virtuele oudercommissie
Het is niet altijd even gemakkelijk ouders te vinden die tijd hebben voor een oudercommissie. Dat geldt zeker voor gastouderbureaus en koepeloudercommissies. Het is zaak duidelijke inspanningen te leveren om een oudercommissie samen te stellen: brieven, mailings, oproepen op de website e.d. Bij het ontbreken van een oudercommissie kunnen de geleverde inspanningen positieve invloed hebben op het handhavingsbeleid van de gemeente.

Als het desondanks niet lukt, is een “virtuele oudercommissie" wellicht een oplossing. U kunt een voorbeeld hiervan vinden in de Best Practices bedrijfsvoering.

GGD-inspectie

De aanwezigheid en het functioneren van een oudercommissie is bij een GGD-inspectie een belangrijk aandachtspunt. De GGD toetst de volgende punten:
• reglement
• samenstelling
• werkwijze
• informatievoorziening
• adviesrecht en de reactie daarop door de ondernemer op het benutten daarvan