Het uitgangspunt zijn de vier kerncompetenties zoals deze zijn vastgelegd in de Wet kinderopvang.
- Sociaal-emotionele veiligheid
- Cognitieve competentie
- Sociale competentie
- Overdracht van waarden en normen.
Het pedagogisch beleidsplan is een belangrijke toetssteen voor ouders. De beschrijving geeft ouders een goed beeld van de manier waarop er in het kinderdagverblijf wordt gewerkt. De aanbieder en de personen die werken bij een kinderdagverblijf zijn verplicht in de praktijk naar het pedagogisch beleidsplan te handelen. De oudercommissie dient betrokken te worden bij de uitwerking van het pedagogisch beleidsplan en de actualisering ervan.
Het beleidsplan moet ten minste de volgende zaken beschrijven:
- ontwikkeling van persoonlijke competenties,
- ontwikkeling van sociale competenties,
- de wijze waarop de emotionele veiligheid van de kinderen wordt gewaarborgd,
- de wijze waarop de overdracht van normen en waarden plaatsvindt.
- de werkwijze,
- maximale omvang en leeftijdsopbouw van de stamgroepen,
- de (spel)activiteiten die kinderen buiten de stamgroep kunnen verrichten.
- hoe beroepskrachten bij hun werkzaamheden met kinderen worden ondersteund door andere volwassenen;
- hoe de achterwacht geregeld is in het geval er slechts één leidster aanwezig is. Een achterwacht is een volwassen persoon met wie de aanbieder aantoonbaar de afspraak heeft gemaakt dat deze wordt ingezet in geval van een noodsituatie.
Voor de bso zijn met name onderstaande zaken extra belangrijk:
- Welke scholen worden bediend?
- Wordt er samengewerkt met sport/ of cultuur organisaties?
- Wat is het hoofddoel van de opvang? (opvang, cognitieve ontwikkeling of juist algemene ontwikkeling?)
- Hoe wordt er omgegaan met pesten?
- Hoeveel eigen verantwoordelijkheid/ zelfstandigheid krijgen de kinderen
Zie ook: pedagogisch werkplan
Hoe schrijf ik het plan? Klik hier.