Voor een goede ontwikkeling van kinderen is het belangrijk dat de kinderopvang in een veilige en gezonde omgeving plaatsvindt. Elk kinderdagverblijf of buitenschoolse opvang in Nederland moet daarom voldoen aan wettelijke kwaliteitseisen. Er zijn kindercentra waarvan uit inspecties van voorgaande jaren bekend is dat hun opvang voldoet aan de kwaliteitseisen. Maar er zijn ook kindercentra waar bij herhaling aandachtspunten geconstateerd worden. Om meer maatwerk bij het toezicht op de kwaliteit in de kinderopvang mogelijk te maken gaan de GGD’en in Nederland bij hun inspectie werken volgens een model voor risicogestuurd toezicht. Dat betekent dat er intensiever geïnspecteerd zal gaan worden waar dat nodig is, en minder intensief waar gebleken is dat dit kan.
Landelijk model voor risicogestuurd toezicht
In opdracht van het ministerie van OCW heeft GGD Nederland in samenwerking met een brede projectgroep een model voor risicogestuurd toezicht voor dagopvang en buitenschoolse opvang ontwikkeld.
Kern van de werkwijze is:
- Bij alle kinderopvangcentra vindt elk jaar toezicht op de kwaliteit plaats. Het ene jaar is dit aangekondigd toezicht met toetsing op alle voorwaarden. Het daaropvolgende jaar vindt onaangekondigd toezicht plaats op de kernzaken en aandachtspunten. Indien zaken niet in orde zijn, vindt handhaving plaats door de gemeente.
- Minder waar mogelijk: in het jaar van het onaangekondigde toezicht hoeft de houder bijna) geen documenten op te sturen of te verzamelen en duurt het inspectiebezoek korter. Hoe beter de kwaliteit op orde is, des te korter duurt het onderzoek.
- Meer waar nodig: als punten voor verbetering worden gesignaleerd kan de inspecteur besluiten het onderzoek ter plekke uit te breiden.
- De convenantpartijen hebben aangedrongen om bij startende locaties het toezicht zich de eerste twee jaar op alle voorwaarden te laten volbrengen. Per GGD kan dit naar inzicht verschillend ingezet worden.
Om het jaar worden alle kindercentra aangekondigd geïnspecteerd (het reguliere onderzoek). Er wordt getoetst op alle wettelijke kwaliteitseisen op het gebied van:
- betrokkenheid en inspraak van ouders
- deskundigheid van personeel
- veiligheid en gezondheid
- accommodatie en inrichting
- groepsgrootte en het aantal kinderen per beroepskracht
- pedagogisch beleid en praktijk
- het omgaan met klachten
Minder waar mogelijk: om het jaar onaangekondigd toezicht op kernzaken
Om het jaar worden kindercentra onaangekondigd getoetst. Ten opzichte van een aangekondigde inspectie geeft een onaangekondigde inspectie de GGD-inspecteur een beter beeld van de dagelijkse praktijk. Bij deze inspectie ligt de nadruk vooral op die zaken die het meest direct bijdragen aan de kwaliteit van de kinderopvang. Doordat het toezicht zich beperkt tot deze kernzaken, betekent dit dat voor houders de toezichtlast vermindert.
Een onaangekondigde inspectie bestaat uit:
-
Observatie van de pedagogische praktijk, de beroepskracht-kind-ratio, maximale groepsgrootte, veiligheid en gezondheid (de praktijk, en niet de risico-inventarisaties), slaapruimte, gebruik van Nederlands als voertaal, aanwezigheid van voldoende en kwalitatief goed ontwikkelingsmateriaal, en bij wijziging van het aantal kinderen of
ruimte: de binnen- en/of buitenspeelruimte. - Steekproeven van verklaringen omtrent gedrag (VOG) en diploma’s.
- Vragen aan beroepskrachten over bekendheid met het protocol Vermoeden kindermishandeling en het pedagogisch beleidsplan. Daarnaast kunnen aanvullende vragen gesteld worden aan beroepskrachten en/of de locatieverantwoordelijke over de beroepskracht-kind-ratio, wijziging van het aantal kinderen of van de ruimte.
Meer waar nodig: uitbreiding van onderzoek dan wel extra onderzoek
Zowel bij de aangekondigde als onaangekondigde inspecties die om het jaar plaatsvinden kunnen bepaalde signalen voor de inspecteur aanleiding geven het inspectieonderzoek ter plaatse uit te breiden dan wel in overleg met de gemeente te besluiten een extra onderzoek uit te voeren.
Uitbreiding van onderzoek vindt bijvoorbeeld plaats als de uit observatie verkregen gegevens niet voldoen. Daarnaast kunnen klachten en signalen aanleiding zijn voor het uitvoeren van een extra (al dan niet aangekondigd) incidenteel onderzoek.
Start risicogestuurd toezicht
Vanaf september 2009 werken de GGD’en met het door GGD Nederland ontwikkelde model voor risicogestuurd toezicht. Het model wordt met de projectgroep geëvalueerd en waar nodig doorontwikkeld. Het model voor risicogestuurd toezicht wordt (vooralsnog) niet toegepast bij het toezicht op gastouderbureaus en gastouders.
De projectgroep bestaat naast de Branchevereniging ondernemers in de kinderopvang uit vertegenwoordigers van het ministerie van OCW, Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Inspectie van het Onderwijs, Servicecentrum Handhaving (vallend onder ministerie van Justitie), BOinK, MOgroep Kinderopvang, (leidinggevende) inspecteurs en gemeenteambtenaren kinderopvang.
Geschiedenis
Staatssecretaris Dijksma heeft op 13 juli 2007 in een brief aan de Tweede Kamer toegezegd dat er per 1 januari 2008 een start wordt gemaakt met risicogestuurd toezicht voor het domein kinderopvang. In de brief schrijft zij: “Op basis van een te ontwikkelen risicomodel kan de inspecteur van de GGD dan besluiten of een kinderopvanglocatie minder frequent, op minder onderwerpen dan wel minder diepgaand wordt geïnspecteerd. Uitgangspunt van de Wet kinderopvang is dat jaarlijks geïnspecteerd wordt. De Wet kinderopvang biedt ruimte voor minder frequente, minder intensieve dan wel minder diepgaande inspectie.
Klik hier voor het plan van aanpak met hierin meer informatie.