buitenruimte

Buitenruimte

De buitenruimte moet aan een aantal eisen voldoen. De belangrijkste is de grootte: per kind moet minimaal 3m2 speelruimte beschikbaar zijn. Verder moet de ruimte passend zijn ingericht. Hiermee wordt bedoeld dat de speeltoestellen en het speelgoed bij de leeftijd van de kinderen past. De beste manier om de ruimte te checken op veiligheid is het doorlopen van de Risico Inventarisatie Veiligheid. Verder moeten het speelgoed en de speeltoestellen vanuit de Voedsel en Warenautoriteit (VWA) aan een aantal eisen voldoen.

De buitenruimte voor een kinderdagverblijf moet aangrenzend aan het kinderdagverblijf zijn. Voor de buitenschoolse opvang (BSO) is dit niet noodzakelijk, maar dan moet de speelplaats wel in de directe nabijheid van het centrum liggen en voor de kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar zijn.

Speeltoestellen

Je mag alleen speeltoestellen gebruiken die zijn voorzien van een certificaat van goedkeuring. Meestal zal de fabrikant het toestel al gekeurd hebben en heeft het toestel een certificaat van goedkeuring. Waarschijnlijk staat dat op een metalen plaatje op het toestel. Zo niet, dan kun je dit navragen bij jouw leverancier. Heb je een speeltoestel waarvan de fabrikant geen certificaat van goedkeuring kan laten zien? Dan moet je dit toestel alsnog laten keuren door een aangewezen keuringsinstantie. Dit geldt niet voor speeltoestellen van vóór 1997. Je moet er wel van verzekerd zijn dat deze speeltoestellen veilig zijn, maar ze hoeven niet gekeurd te zijn.
Van ieder speeltoestel moet een logboek worden bijgehouden. Daarin schrijf je informatie over keuringen en onderzoeken. Ook moeten eventuele ongevallen met de speeltoestellen worden genoteerd.

Bij speeltoestellen waar het risico van vallen bestaat, moet vanaf een valhoogte van 60 cm, een valdempende ondergrond zijn aangebracht. Gedetailleerde informatie daarover hier.

Speeltoestellen die bestemd zijn voor thuisgebruik, mogen bij kindercentra niet worden gebruikt.

Maat voor valdempende ondergrond zoals gebruikt door VWA

Gras/aarde nvt 1000
Bodemmateriaal Korrelgrootte (mm) Dikte laag (mm) Max. valhoogte (mm)

Gras/aarde nvt 1000

nvt nvt 1000
Boomschors 20-80 300 3000
Houtsnippers 5-30 300 3000
Zand 0,2-2 300 3000
Grind 2-8 300 3000
Overig;
Bijv. rubberen tegels
nvt nvt geteste kritische valhoogte (zoals opgegeven door fabrikant)
nvt nvt 1000
Boomschors 20-80 300 3000
Houtsnippers 5-30 300 3000
Zand 0,2-2 300 3000
Grind 2-8 300 3000
Overig;
Bijv. rubberen tegels
nvt nvt geteste kritische valhoogte (zoals opgegeven door fabrikant)

 

Denk bij de inrichting van een tuin aan de leefwereld van het kind. Zorg dat de tuin een goede balans vormt tussen veilig en spannend. Voor de babytuin is het met name belangrijk te zorgen voor een schaduwrijke tuin, een hoge plek om veel te kunnen zien en een plek om veilig te kunnen kruipen en te leren lopen. Voor de dreumesen en peuters is het belangrijk iets meer uitdaging in de tuin te brengen: zij hebben plek nodig om te rennen en fietsen. Een klauterobject is heel spannend en kan gemakkelijk veilig gemaakt worden door een valdempende ondergrond te gebruiken. Bij de BSO hebben de kinderen meer behoefte aan speeltoestellen, zoals klimrekken en schommels. Vergeet vooral een plek om zich terug te trekken en een plek om te sporten (bijv. een basketbalveld) niet.

Let op:
Leg geen vijvers aan, hoe ondiep ook.
Zorg voor voldoende schaduw.
Kies planten en struiken zonder besjes of stekels.
Gebruik geen giftige planten (zoals klimop).
Zorg dat de omheining veilig is en niet als klimrek kan fungeren.

 

Bron

GGD Kennisnet
Voedsel- en Warenautoriteit

Meer informatie

Interessante artikelen

klik hier voor het downloaden van het artikel 'tuinen met visie'
Klik hier voor het artikel 'zien we de inrichting van buitenruimtes als sluitpost?'