ventilatie De ventilatiecapaciteit op spuiventilatie en continuventilatie zijn vastgelegd in het Landelijk Bouwbesluit (afdeling 3.10 t/m 3.12). In de Risico Inventarisatie Gezondheid (RIG) dient aandacht te worden besteed aan luchtkwaliteit. Het risico van een slecht binnenmilieu moet worden geïnventariseerd.
M.a.w. er is voor de GGD-inspecteur inzage in de ventilatieprocedure die de kinderopvangondernemer volgt. De GGD-inspecteur kan vervolgens de procedure beoordelen op juistheid, in die zin dat als de procedure niet volstaat, de luchtkwaliteit niet gewaarborgd wordt en dus als risico dient te worden aangemerkt. Dat risico moet dan in het plan van aanpak verschijnen en naar behoren worden opgelost. Richtlijnen daarvoor zijn bij de GGD milieudienst beschikbaar, maar algemeen in de branche geldt:

1. Er moet continuventilatie zijn via een rooster of mechanisch ventilatiesysteem.
2. Tweemaal per dag moet er via de spuiventilatievoorziening gedurende (minstens) 5 minuten geventileerd worden.
3. Voor een optimaal binnenmilieu kan je als de kinderen uit de groep zijn (slaaptijden of als de kinderen buiten zijn) en wanneer mogelijk dwarsventileren. Dit kan niet bij de kinderen omdat ze dan op de tocht zitten met alle risico’s van dien.

Het binnenmilieu heeft bij de Branchevereniging n.a.v. een eerder rapport dat vorig jaar verscheen aandacht gekregen. Overigens worden de stellingen over slechte binnenmilieus in kinderdagverblijven steeds gebaseerd op bijzonder weinig metingen.