wettelijke kwaliteitseisen De kwaliteitseisen in de Wet kinderopvang (Wk) zijn relatief beperkt. Artikel 49 lid 1 stelt dat “Een houder van een kindercentrum biedt verantwoorde kinderopvang aan, waaronder wordt verstaan opvang die bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige en gezonde omgeving.” Artikel 49 lid 2 komt op het zelfde neer, maar dan voor gastouderbureaus.
Artikel 50 en artikel 56 bevatten bepalingen over aantal en kwaliteit van personeel. Artikel 51 bevat de verplichting risico-inventarisaties veiligheid en gezondheid op te stellen.

In het kader van de marktwerking is de invulling van de kwaliteitseisen overgelaten aan marktpartijen. Dat zijn de Belangenorganisatie van Ouders in de Kinderopvang (BOinK) en de twee brancheorganisaties; de Branchevereniging ondernemers in de kinderopvang en de MOgroep. Deze sloten op 1 september 2004 een Convenant Kwaliteit. Dat zou gelden voor 2005 en 2006. In december is het convenant geactualiseerd; zie Convenant Kwaliteit 2007.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de kwaliteitsafspraken wettelijke basis gegeven door het uitvaardigen van Beleidsregels. Deze vormen de basis van het toezicht door Gemeenten en GGD.